Historie

Historie

Black Boys - club van harde werkers en markante mannen

De historie van voetbalvereniging Black Boys begint op 14 mei 1924 tijdens een openlucht bijeenkomst op, zoals de notulen vermelden, het vrije speelterrein “de IJsbaan”, het latere Veemarktterrein. Toen ging v.c. Excelsior over in v.v. Black Boys. Die datum vormde het begin van een turbulent bestaan met vele ups en downs. Het voortbestaan van de club die vanaf het midden van de jaren ‘30 zijn roots in de wijk Noorderhoek in Sneek heeft liggen, stond vanwege een gebrek aan leden en vanwege terreinperikelen menig maal ter discussie, maar evenzo vele malen toonden de leden hun eigenzinnige karakter en wist de club te overleven.

De clubnaam

Het besluit met betrekking tot de verandering van naam werd bij de oprichtingsbijeenkomst op 14 mei 1924 overigens uitgesteld en pas enige weken later genomen. Die nieuwe verenigingsnaam had aanvankelijk de nodige voeten in de aarde en ontstond uiteindelijk bij toeval. In die tijd was zwarte stof het goedkoopst en iedere speler had wel een zwart shirt, een zwarte broek en zwarte kousen. Dat werd dan ook tot het officiële clubtenue gekozen en dat tenue vormde vervolgens de basis voor de nieuwe clubnaam “Black Boys”.

De beginjaren

In het eerste jaar van zijn bestaan speelde Black Boys, dat toen welgeteld 13 leden had, op de IJsbaan. Een jaar later verhuisde de club naar een veld van Koopmans aan de Lemmerweg en deed de club voor het eerst mee aan de FVB-competitie.

pagina5_75jaarBlackboys
Black Boys in 1924. Staand v.l.n.r.: W.J. Blom (secretaris), G. van der Zee, J. Olij, H. Wielinga, H. Calf en W. Schaaf; midden v.l.n.r.: P. Osinga, Joh. Koopmans en S. Hofstra; voor v.l.n.r.: H. Jetzes, J. Jetzes en T. van der Zee

In 1928 trad de club toe tot de KNVB en in die periode maakte Black Boys een enorme groei door. In 1929 richtte de club als één van de eerste voetbalverenigingen in Nederland een eigen jeugdafdeling op en twee jaar later promoveerde het eerste elftal naar de tweede klasse, het hoogste niveau in de nu ruim 90-jarige historie.

In 1935 verscheen voor het eerst een eigen clubblad, de “Black Boys Bode”. Een jaar later, toen Black Boys als één van de eerste verenigingen “aandelen” uitgaf (zie afbeelding), verhuisde de club noodgedwongen naar een terrein achter de R.H.B.S. aan de Almastraat (thans de R.S.G. Magister Alvinus).

In 1937 volgde een nieuwe verhuizing en wel naar een locatie achter de Ubbo Emmiusstraat, waar dankzij een bijdrage uit het crisisfonds van de KNVB twee voetbalvelden aangelegd. Na veel zelfwerkzaamheid werd het sportpark (later omgedoopt tot Sportpark Noorderhoek) op 5 september 1937 in gebruik genomen (zie foto).

historie3

Het is ook in die periode, dat Black Boys met mannen als Jacky de Wilde, H. Schriemer, Jan Hofstra, Tjitte Kootje, Albert Minks, W. Visser, B. de Wolf, Jan Koopmans en Geert Kracht over een ijzersterke hoofdmacht beschikt en in het seizoen 1939-1940 speelde dat elftal, dat nu nog steeds wordt gezien als één van de beste teams die de club ooit heeft gehad, een vooraanstaande rol in de tweede klasse en streed het mee om het kampioenschap.

De oorlogsjaren

Het bestuur, dat in die jaren vaak in de muziekwinkel van Douwe de Rapper in de Kruizebroederstraat vergaderde, moest lijdzaam toezien, dat dat elftal in de oorlogsjaren uit elkaar viel. Een aantal spelers vertrok naar v.v. Sneek en een aantal hing de schoenen definitief aan de wilgen. Ook gingen spelers weg, omdat men zich maatschappelijk kon verbeteren, terwijl Jacky de Wilde, nadat hij door de Duitsers was opgepakt en dankzij Dick Brouwer sr. (Bontje) uit het politiebureau wist te ontsnappen, noodgedwongen moest onderduiken.

Niet veel later werd de competitie onderbroken en daarna werden tribune, kleedboxen en zelfs de doelen gesloopt voor brandhout. Bij de bevrijding in mei 1945 was van het complex dan ook weinig meer over, maar gelukkig hadden clubmensen een groot deel van de materialen weten te redden en nog geen jaar later waren de velden gerenoveerd en de opstallen weer opgebouwd.

De wederopbouw

Nadat het complex weer in oude glorie was hersteld, werd in 1946 het eerste Zilveren Doeltoernooi gehouden met deelname van Purperstein, A.P.G.S. (de politiesportvereniging uit Amsterdam) en een aantal sterke tweedeklassers en niet veel later ondernam Black Boys als eerste een buitenlandse reis naar Luxemburg.

Aan het eind van de jaren veertig beleefde Black Boys opnieuw een rampdag. Op 1 maart 1949, net voor het 25-jarig bestaan, stortte de gerestaureerde tribune met kleedboxen als gevolg van een storm volledig in, maar het bestuur zag met behulp van verschillende inzamelingsacties en de niet aflatende inzet van Albert van der Heide kans om de opstallen weer snel op te bouwen.

pagina15_75jaarBlackboys

Black Boys bij het 25- jarig bestaan op 14 mei 1949. Staand v.l.n.r. Leeuwenkamp, D. van der Werf, Th. de Groot, W. Nijboer, H. de Jong en K. Bos; midden v.l.n.r. H. Hoekstra, A. Minks, Sj. Douma en R. van Vliet; voor v.l.n.r.: R. Blauw, J. de Wilde, P. van der Feer en J. Douma.

Het bestuur ten tijde van het 25-jarig jubileum met v.l.n.r. D. van der Werf, S. Visser, H. de Jong. A. Smeding, A. van der Heide en J. de Wilde

Sportief ging het na het 25-jarig bestaan minder en na een aantal moeilijke jaren degradeerde Black Boys in 1957 naar de vierde klasse. Het verloren gegane terrein wordt echter een paar jaar later weer heroverd en in 1960 werd Black Boys kampioen met in de Sneker voetbalwereld bekende spelers als Libbe Bouwma, Joop Tinga, Jan Hofstra, Jappie Bos en Joop “Grutje” Greidanus in de gelederen.

Kampioenselftal Black Boys 1960 . Staand v.l.n.r.: M. van der Laan, J. Bos, J. Greidanus, R. van der Vliet en J. Tinga; zittend v.l.n.r. J. Hofstra, H. Veltman. G. Huitinga, L. Bouwma, J. Osinga en S. de Vries

Bloei

Kort daarvoor had Black Boys onder de bezielende leiding van voorzitter Dicky van der Werf de accommodatie uitgebreid met nieuwe, door de leden zelf gebouwde kleedkamers, Met de terugkeer van Van der Werf en met Ad Goesten als trainer bloeide de vereniging, die inmiddels met een donatrice-afdeling was verrijkt, als nooit tevoren. En dat ondanks dat Black Boys In 1965 het sportpark Noorderhoek vanwege de renovatie van de velden tijdelijk moest verlaten.

Die bloei werd in 1968 echter wreed verstoord door het overlijden van doelman Libbe Bouwma, één van de beste keepers uit de historie van Black Boys, en van verdediger Joop Tinga. Maar Black Boys had de jeugd en dus de toekomst, want de A-junioren werden met de latere coryfeeën Tjitse Klijnstra en Harrie Koenen in de gelederen een jaar later ongeslagen kampioen.

Verhuizing

Toch bleek die toekomst uiterst broos. Nadat in 1973 de trainingsfaciliteiten met een gravelveld waren uitgebreid en nadat de club in 1974 met o.a. een wedstrijd tegen de oud-internationals het 50-jarig bestaan had gevierd, kreeg Black Boys het in de daaropvolgende jaren qua ledental steeds moeilijker en de club daalde af naar de zesde klasse, de kelder van het amateurvoetbal.

historie7

Black Boys in de jaren tachtig. Staand v.l.n.r. Cor Ketting, Ronald de Jong, Henk van der Zee, Theo van der Ploeg, Henk de Jong, Sjoerd Kampen, Rimmy van der Zee en Douwe de Jong; onder v.l.n.r. Renno Alting, Sjoerd Tolsma, Robbie Teigeler, Dolf Bouwhuis, Ruurd Ringnalda, Johnny Picauly en Ronnie Sijtsma.

Die situatie leidde tot besprekingen met andere Sneker clubs, maar tot een fusie of samenwerking kwam het niet. Het voorstel werd door de leden categorisch afgewezen en Black Boys bleef zelfstandig. Dat was echter wel het begin van een moeilijke tijd. Uiteindelijk vormde de komst van een asielzoekerscentrum in de jaren negentig de reddingsboei, toen de club de deur opende voor de vluchtelingen en daardoor het hoofd boven water wist te houden.

De deur van het geliefde sportpark Noorderhoek dreigde toen echter te worden gesloten en de festiviteiten rond het 75-jarig bestaan, dat in 1999 met een reünie, een bezoek van de Duitse zustervereniging D.J.K. Mahlberg, diverse toernooien en een feestavond uitbundig werd gevierd, werden eigenlijk volledig overschaduwd door de gedwongen verhuizing naar het nieuwe sportpark het Schuttersveld.

In de lift

Die verhuizing zou uiteindelijk in 2006 zijn beslag krijgen en voelde als een amputatie, want op het nieuwe sportpark kreeg Black Boys niet de beschikking over een eigen terrein, eigen kleedkamers en een eigen clubhuis, Niettemin kwam Black Boys na een turbulente periode in rustiger vaarwater en zit de club sindsdien qua leden weer in de lift. De club heeft anno 2015 vijf seniorenteams en neemt sinds het seizoen 2014-2015 ook weer met een aantal jeugdteams aan de competitie deel. Daarnaast startte de vereniging in 2015 in samenwerking met SSO (Stichting Samen Onderweg) met G-voetbal voor senioren.

Naast die groei gaat het de vereniging de laatste jaren ook sportief voor de wind. In het seizoen 2012-2013 kwam de hoofdmacht maar één schamel puntje tekort voor de titel en promotie naar de vierde klasse en leverden vervolgens ook de promotieduels toen niet het gewenste resultaat op. Een jaar later eindigde Black Boys opnieuw als tweede, maar deze keer werd in de weken dat de club zijn 90-jarig bestaan vierde, via de nacompetitie wel promotie naar de vierde klasse bewerktstelligd. Die promotie kreeg een jaar later bijna een succesvol vervolg, maar in de reguliere competitie kwam Black Boys een punt te kort, waarna de hoofdmacht in de aansluitende beslissingswedstrijden en vervolgens in de nacompetitie net de tweede promotie op rij misliep.

Die groei en die resultaten zijn te danken aan een nieuwe generatie van harde werkers en markante mannen, die met hun niet aflatende inzet de rijke traditie van de club voortzetten.